maandag 13 februari 2012
Tegengas
Voor gay en lesbo lezers zijn het barre tijden. Hollandse heterothrillers overspoelen de boekenmarkt. Die bevatten steevast een portie stomende seks, godbetert door vrouwen bij elkaar gefantaseerd. Lekker, maar eentonig. Het viel mij weer op, al schuifelend op de beroemde Deventer boekenmarkt. Maar warempel, plots ontwaarde ik Gerrit Komrij, in het wild. Het duurde even voordat ik hem herkende. “Goh, wat is hij klein en slecht ter been”, dacht ik. Alsof dat relevant is. Het viel mij overigens op dat veel meer lammen de markt afstruinden. Alleen of voortgeduwd, op zoek naar boeken om hun zeeën van tijd mee te doden. Vreemde snoeshanen liepen er ook genoeg rond. Ik zag ze in colbertjes met versleten ellebogen hun boodschappenkarretje langs de kraampjes slepen, voorpiepend en meestal tegen de stroom in. Door hun vettige brillen wierpen ze gejaagde blikken over de schappen. Een boekenmarkt is geen fun, maar topsport. Uren later scoorde ik toevallig Verwoest Arcadië. Even overwoog ik Gerrit op te sporen voor een handtekening. Dat zou een leuk bedrag op marktplaats.nl opleveren, goed voor een saunabezoekje of twee. Al snel zag ik de kul in. Gerrit was vast al weggetreind en ik kon toch moeilijk met mijn kinderen erbij hem zoeken. Hun had ik een halve waarheid verteld, dat hij dichter des vaderlands geweest was. Die andere helft, mannen met mannen en zo, onthield ik hun tere zieltjes. Dat was een gemiste kans, moest ik bekennen. Zonder tegengas groeit bijkans een hele generatie pubers op met het beeld dat de Susannen, Simones en de Saskia’s de dienst uitmaken. Toch?
zondag 11 september 2011
Stotteren
Van travestieten moet ik aan de logopedie. Als ik met ze praat, dan zien mijn hersenen pruik, boa en lippenstift, maar seinen mannelijke grammatica door. Pogingen van mij om te corrigeren, eindigen vaak met een onzijdig gemompel. Mijn laatste ontsporing was op een dagje workshoppen over biseksualiteit. In de laatste pauze, op weg naar het afsluitende feest, had een aantal heren zich verkleed. De visagie was top. Van de meesten kon ik mij onmogelijk herinneren of ik ze eerder die dag in een broek gezien gehad. Op de trappen van het gebouw was het soms dringen geblazen. Een groepje stijgende travo’s raakte vast. Giebelend probeerden we ons langs elkaar te wurmen. Ineens voelde ik een stekende pijn aan mijn rechtervoet. Hoewel mijn gezicht warmpjes tegen een schuimrubber voorgevel geplakt was, kon ik nog net zien dat ik aan een stiletto gespietst was. Afgaande op de bijbehorende dame, drukte 100 kilogram per vierkante centimeter op mijn wreef, volgens wiki de bijtkracht van een forse hond. Wat was hier de etiquette? ‘Hé lul, doorlopen met die schuiten’ liet ik wel uit mijn hoofd. Een kameraadschappelijke por was te overwegen. Of zou ik haar galant complimenteren met de parfum die uit haar decolleté opsteeg, om vervolgens te hinten dat feestgangers verderop ook vast het luchtje wilde ruiken? Een wave in de file verloste mij van het dilemma. Hinkelend zocht ik een barkruk op. Terwijl ik zurig bedacht dat de feestorganisatie beter op wapenbezit moest controleren, schoof er geruisloos een beeldschone travo naast mij. “Dag jochie, wil je wat van mij drinken?” Dáár hadden mijn hersenen geen moeite mee. Ik articuleerde een duidelijk ‘ja’. Misschien was ik genezen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

